GUIDE · GPS
Hoe nauwkeurig is de GPS-snelheidsmeter van je telefoon?
Een GPS-snelheidsmeter op je telefoon berekent ongeveer één keer per seconde je positie uit satellietsignalen en leidt de snelheid af uit hoeveel die positie is veranderd. In open terrein is dat behoorlijk nauwkeurig, maar afhankelijk van de omgeving kan de fout flink oplopen.
Wat de nauwkeurigheid beïnvloedt
- Hoeveel lucht je ziet: tussen hoge gebouwen, in tunnels of in een dicht bos weerkaatst of valt het signaal weg en 'springt' je positie.
- Snelheid: bij lage snelheid, zoals wandelen, is de positiefout (meestal enkele meters) groot ten opzichte van de afgelegde afstand, waardoor de snelheid schommelt. Hoe sneller je gaat, zoals op de fiets of in de auto, hoe nauwkeuriger het relatief wordt.
- Vlak na de start: direct na het openen van de app heeft de telefoon nog niet genoeg satellieten gevonden, dus de eerste tientallen seconden kunnen onnauwkeurig zijn.
Zo verklein je de fout
- Laat de GPS voor het meten ongeveer 30 seconden signaal zoeken op een plek met vrij zicht op de lucht.
- Draag je telefoon liever in een armband of houder richting de lucht dan diep in je tas.
- Kijk eerder naar gemiddelde snelheid en totale afstand dan naar de momentane snelheid; dan tellen uitschieters minder mee.
Als je topsnelheid vreemd hoog uitvalt
Als je positie tussen gebouwen één keer flink verspringt, wordt dat moment berekend als 'tientallen meters in een paar seconden' en kan er een onrealistische topsnelheid in je gegevens komen. Goede GPS-apps filteren zulke uitschieters, maar helemaal voorkomen is lastig. Vind je een topsnelheid verdacht, kijk dan op de routekaart of je positie op dat stuk is versprongen.
Veiligheid. Bedien je telefoonscherm niet tijdens het fietsen of steppen, en ook niet tijdens het autorijden. Start de meting voordat je vertrekt en bekijk je resultaten pas als je stilstaat.